ehealth ouderen versie2.jpg

Wie is de klant? Patiënt, zorgaanbieder, zorgverzekeraars of overheid?

In de vierde blog in de reeks 'De stem van de klant' geeft e-health adviseur Henry Mulder hoeveel zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid beschikbaar hebben voor innovaties in de zorg en welke keurmerken voor e-health in ontwikeling zijn.

Als je goed naar de klant wil luisteren en begrijpen wordt het lastig als deze de klant meerdere stemmen heeft. De wensen van de patiënt of cliënt is één, maar de zorgaanbieder, de zorginkoper (zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten) en overheidsinstanties zoals de NZa en IGJ en het ministerie hebben ook wat te zeggen.

Wat moet en mag, wie dat bepaalt en betaalt is een complex spel in zorginnovatie

Laten we met het goede nieuws beginnen: de overheid die uiteindelijk betaalt (met geld van premies en belasting van ons allen) heeft veel geld over voor de opschaling van zorginnovaties. Dit geld is beschikbaar voor het opschalen en breed inzetten voor houdbare en persoonlijker zorg thuis.

Onlangs publiceerde NZa de bekostigingswijzer e-health voor 2020. Als je de verschillende regelingen grof doorrekend kom je uit op één miljard in drie jaar aan investeringen (VIPP, transitiegelden, SET, kwaliteitskaders, etc.). De totale contracteerruimte in ‘e-health’ zorgprestaties voor inkopers en zorgaanbieders kan oplopen tot drie miljard per jaar. Bij elkaar opgeteld een één met tien nullen in drie jaar. Persoonlijk vind ik dat heel veel geld. Aan de andere kant gaat het om ca. 3% van de totale zorguitgaven. Dan valt het weer mee.

Tot nu kon je als zorgaanbieder voor ongeveer 1% van de omzet aan zorginnovaties besteden om ervaring op te doen. Met de veel ruimere 3% komt ook een grotere verantwoording op de inzet van e-health. Zo heeft het IGJ eind vorig jaar het toetsingskader voor inzet E-health gepubliceerd waarin patiëntparticipatie een belangrijk thema is.

Het ministerie stuurt onder andere via het Informatieberaad zorg, in overleg met alle stakeholders, de inhoud aan. Op 10 juli vond bijvoorbeeld de Meet Up plaats waar het ministerie de leveranciers uitstekend en samenhangend informeerde over de inhoud en planning van de komende stappen in standaardisatie en wetgeving. Hou hun site in de gaten!

Kaf van het koren scheiden

Een handige manier om de juiste toepassing voor de juiste inzet te kiezen zijn certificeringen op normen en technische afspraken en keurmerken. MedMij, NTA 8055, NTA 7516 zijn recente ontwikkelingen. Keurmerken beginnen te komen. Het WDTM ketenkeurmerk vanuit leveranciers timmert al een tijdje aan de weg. NeLL is een opmerkelijk initiatief om meer inzicht te krijgen in de doelmatigheid van e-health toepassingen. NEN is bezig de veldnorm voor Slimme Zorg Thuis.

Hiermee liggen de kaders klaar waarbinnen zorginkopers en zorgaanbieders de komende jaren de ruimte hebben om alle mooie innovaties in te gaan zetten, natuurlijk vooral die op deze site staan. Een tip is daarom om de informatie op de site te actualiseren en uit te breiden met aan welke normen en keurmerken de toepassing voldoet en wat het per cliënt per maand kost. Deze informatie heeft een zorgaanbieder nodig om de risico’s te overzien en het tarief met de zorginkopers te kunnen bepalen.

Rest nog een klein detail, de impact op de hele bedrijfsvoering en werkprocessen van zorgorganisaties. Maar dat bewaar ik voor een volgende blog.