Meer dan 100 dagen van verwondering

Ik was 13 en bij het avondeten verwonderde ik me over die mooie verhalen van mijn moeder uit de zorg. Zij werkte als afdelingssecretaresse bij de afdeling Chirurgie en Urologie van ziekenhuis St Jansdal. Aan tafel vertelde zij over het wel en wee op de afdeling, van haar collega’s en van patiënten. Het leek me toen al prachtig om ook een steentje bij te dragen in de zorg. 

Daarom stapte ik na de havo over naar het atheneum en ging ik vervolgens studeren. Enkele jaren van uitloten voor Geneeskunde (waarover ik me ook verwonderde) én een studie Farmacie in Groningen verder, diende zich opnieuw een moment van verwondering aan. Ik werd - zoals dat heet - ‘nageplaatst’ voor een opleidingsplek Geneeskunde in Maastricht. Een klein wonder.

Angst voor anders

Maar de echt wonderlijke periode brak aan toen ik met mijn coschappen begon. Hier had ik al snel door dat veel zorgmedewerkers vrijwel continu op hun tenen liepen. Was het niet door werkdruk, dan wel door lokale cultuur of regeldruk. De gedachte dat ‘het werk anders doen’ risicovol was, overheerste. Dat ‘anders doen’ stond niet in een protocol, was niet dubbelblind onderzocht en kostte zeker meer tijd. Ik verwonderde me er regelmatig over dat we bepaalde dingen op bepaalde manieren deden en bleven doen.

Natuurlijk vloog er van tijd tot tijd wel eens een innovatie voorbij, die de praktijk haalde. Zoals opereren via een kijkbuisje, of een looptraining bij etalagebenen. Dat laatste werd uitgebreid onderzocht en beschreven in publicaties en proefschriften. Maar niet elke zorginnovatie werd zo onder de loep genomen. Veel ziekenhuizen omarmden bijvoorbeeld de vervolginnovatie van de kijkbuisoperatie - een operatierobot - bijna als vanzelfsprekend. Ondanks het nieuwe eraan en de kosten ervan. Weer een verwonderingsmoment.

Nieuw is nodig

In het verleden zijn er trouwens legio mensen geweest, die zich verwonderden en dat niet onder stoelen of banken staken. Dat leverde treffende tegeltjes-wijsheiden op. Zoals eentje van Albert Einstein, die ikzelf geregeld toepas: ‘Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg.’ Heel tekenend voor hoe het er in het zorgstelsel aan toegaat. Veranderen blijkt maar wat lastig te zijn. Wonderlijk, niet?

Vooral als je bedenkt dat grote veranderingen die je als persoon doormaakt, ervoor zorgen dat je aanzienlijk weerbaarder wordt. Voor mij stopte in 2018 heel abrupt de medisch specialistische carrière die ik voor ogen had. Na een noodlottig ski-ongeval kwam ik een jaar thuis te zitten. Dat jaar bestond uit vele overdenkingen, een enerverend en groeiend gezinsleven, en prettige en soms minder prettige gesprekken. Ik besloot dat ik een besluit moest nemen. Door de gevolgen van het ongeval, de nijpende arbeidsmarkt, mijn verwonderingen over de zorg en mijn honger om daar iets mee te doen, trok ik de deur van mijn opleiding dicht.

Weerbare zorg

En, ja, dan gaat er een wereld voor je open. Er is namelijk ook een leven na de opleiding tot medisch specialist én buiten de directe patiëntenzorg. Eind 2019 begon ik bij Coöperatie Menzis als adviserend geneeskundig. Opnieuw verwondering alom. Overweldigend, die veelheid aan onderwerpen en het brede palet aan contacten en instanties. Maar ook openbarend dat er veel meer nodig is om de zorg draaiende te houden dan alleen de directe zorgverlening. Ik zet me er bijvoorbeeld voor in om de kwaliteit van zorg meetbaar te maken, en om de zorg te transformeren en digitaliseren. Veranderingen die noodzakelijk zijn om de zorg ‘weerbaarder’ te krijgen.

Maar ook bij digitalisering en transformatie moeten we ons blijven verwonderen. Want is het wel de wonderoplossing voor de capaciteitsproblemen in de zorg? Het risico bestaat dat we reguliere zorg klakkeloos digitaliseren, zonder bewezen meerwaarde voor de patiënt. En dat maakt de zorg niet toegankelijker en betaalbaarder. 

Voor jou, voor mij

Bij transformatie hoort daarom evaluatie. Inclusief moeilijke beslissingen als de evaluatie-uitkomsten erom vragen. En dat altijd in het belang van de inwoners van ons land, van onze verzekerden, van de patiënten, van jou, van mij. Ik ben ervan overtuigd dat we met die insteek de juiste keuzes maken en het goede pad op wandelen.

Dus blijf je verwonderen, want dan doe je nooit wat je deed en krijg je niet … nou ja, vul zelf maar in.