Wat wij kunnen leren van topsporters: 5 praktische tips voor succesvolle regionale samenwerking!

De koppen bij elkaar steken, organisatieoverstijgend én werkend aan concrete en praktische oplossingen, is niet de default modus in de zorg. Als niet alle organisaties dezelfde urgentie voelen om een innovatie in te zetten, dan is het moeilijk om elkaar te vinden binnen een samenwerking. Zeker wanneer de baten voor die samenwerking bij andere partijen neerslaan of pas over een paar jaar te realiseren zijn. Het is lastig om over die schaduw heen te stappen, dat is duidelijk. En ik snap het. Want zeg nou zelf, we weten allemaal dat gezond eten en voldoende beweging belangrijk is om fit en gezond te blijven in de toekomst, maar soms is het gewoon heerlijk om op de bank te ploffen met chips en een wijntje.

Dit blog is geschreven door Pasquelle van Ruiten – programmamanager SET-up Vita Valley

Zittend op die bank heb ik afgelopen zomer enorm genoten van onze fantastische atleten op de Olympische Spelen. Indrukwekkend en inspirerend om te zien hoe zij vier jaar lang (of vijf jaar in dit geval) kei- en keihard werken voor dat ene moment, waarop alles precies goed moet gaan. Soms individueel of soms als team, waarbij het individuele belang misschien wel ondergeschikt werd aan het teambelang. Ik denk dan aan de wielrensters: Anna van der Breggen, zelf kanshebber voor een medaille, die in de eindfase demarreert om de concurrentie te prikkelen en vermoeien, waarna Annemiek van Vleuten het zilver pakt (en Anna zonder medaille naar huis gaat). Natuurlijk viel er genoeg aan te merken op het teamwork van de Nederlandse wielrensters, en misschien had het dan wel goud kunnen zijn, maar desondanks een resultaat om trots op te zijn. En dus vroeg ik mij af, wat kunnen wij nu leren van onze TeamNL sporters, om ook de komende 4 jaar keihard te werken voor die ‘gouden samenwerking’ in de zorg? 

Eerst even terug naar het nu. E-health of digitale zorg wordt op steeds meer plekken ingezet. Zeker sinds de coronacrisis zijn veel organisaties aan de slag gegaan met e-health. Helaas zie ik nog wel regelmatig organisaties die ‘iets’ met e-health willen, om – als het ware – de boot van digitale zorg niet te missen. Als er dan succes is geboekt met beeldzorg of een sociale robot, is daarmee de kous af. Terwijl het echte potentieel van digitale zorg als aanjager voor de transformatie naar toekomstbestendige zorg vaak niet serieus wordt opgepakt. Het grotere plaatje voor e-health in de regio, zeg maar het Parijs voor de Olympische Spelen 2024, is dan nog heel ver weg. 

Als je kijkt naar de mogelijkheden van e-health, dan zou het concept van iedere organisatie zijn eigen e-health applicatie voorbij moeten zijn. Je ziet namelijk dat digitale zorg invloed kan hebben op zorgprocessen of werkwijzen die verder reiken dan de eigen zorgorganisatie. Wat misschien begint als ‘gewoon’ het inzetten van de medicijndispenser, waarbij veranderingen in het zorgproces voornamelijk van invloed zijn op de eigen zorgorganisatie, kan dit uitgroeien tot een regionale aanpak van elektronische toedienregistratie (e-TRS). And now we’re talking. Want als iedere apotheek een andere applicatie kiest om mee te werken, resulteert dit voor de wijkverpleegkundigen in een oerwoud aan verschillende app’s bij verschillende cliënten. Niemand blij, geen finale. Let op, ook voor de apothekers niet, want het e-TRS systeem zal niet naar tevredenheid gebruikt worden, waardoor naar alle waarschijnlijkheid regelmatig teruggevallen wordt op de (niet actuele) papieren medicatielijsten. En dat is toch zo zonde van al die jaren hard werken.  

Kortom, als je je als zorgorganisatie nu niet gaat richten op regionale samenwerking, ga je de boot (trein of auto) naar Parijs écht missen. Denk het plaatje nog even door (en lees deze zin desgewenst drie keer): als alle zorgorganisaties in de regio met hun eigen e-health aan de slag gaan, maar door de inzet van deze e-health ook processen buiten hun organisatie beïnvloed worden bij een optimale implementatie, dan raakt de e-health van jouw regionale zorgpartners vanzelf aan jouw eigen organisatie. 

Natuurlijk moet je niet ‘zomaar’ gezamenlijk e-health toepassingen aanschaffen. Belangrijk is om dit te doen vanuit een regionale visie. Voor de olympische sporters is het doel heel duidelijk, zij gaan voor goud. Een regionale visie is gebaseerd op de huidige en toekomstige zorgbehoefte in die regio. Een visie die, in sommige gevallen, niet direct van toepassing is op jouw organisatie. Dat vraagt dus om te investeren in het grotere belang, als team en met elkaar, voor die gouden stip op de horizon. En dat is dus kei- en keihard werken.

Hoe kun je nu morgen aan de slag? Hieronder vijf tips die ik heb opgestoken van onze olympiërs:

1. Bouw een team
Leer elkaar kennen als persoon, maak de verbinding. Wat zijn iemands beweegredenen, waarom werk je waar je werkt, waar doe je het voor? Het helpt als jij je open opstelt, dan krijg je die openheid (vaak) terug. 

2. Respecteer elkaar
Blijf weg van aannames over andere organisaties. Vraag hoe ze dingen doen, wat belangrijk voor ze is. Loop een dag mee en leer de praktijk kennen. Die ervaring geeft je inzichten om de noden en wensen van een samenwerkingspartner echt te begrijpen.

3. Stel de gouden stip op de horizon vast
Werk vanuit een regionale visie, een gezamenlijke stip op de horizon. Bepaal met elkaar ‘Waar doen we het voor?’. Op die visie kun je altijd terugvallen, op de momenten dat het stroef loopt en andere belangen en prioriteiten gesteld lijken te worden. Met zo’n gezamenlijke visie houd je elkaar scherp: hiervoor doen we het! Voor deze cliënt, deze patiënt of voor het werkplezier van de professional. Natuurlijk kun je een voortschrijdend inzicht hebben en kan de stip daardoor verplaatsen, maar dat moet je dan wel als regio gezamenlijk bepalen.

4. Maak een trainingsplan
Destilleer vanuit de visie de doelen en onderbouw deze doelen met concrete projecten. Maak een plan en ga aan de slag. Trainen, trainen en nog eens trainen. Voorkom dat je zes maanden aan een visie werkt, iedere maand samenkomt en iedereen denkt: Oké, wat gaan we nu bespreken? 

5. Creëer een winnaarsmentaliteit
Bewijs dat iets werkt, dat geeft vertrouwen. Parijs is nog ver. Kies daarom (ook) voor het laaghangende fruit en zorg dat een geslaagd project als vliegwiel kan dienen voor grotere en complexere projecten. Zo houd je de vaart en energie erin. En voor de echte wielergek, inderdaad, ook Joop Zoetemelk wist dat Parijs nog ver was.

Over de gastblogger
Pasquelle van Ruiten is werkzaam als programmamanager bij VitaValley. “Mijn hart ligt bij programma’s op het snijvlak van zorg en technologie voor een gezond en vitaal Nederland. Je kunt mij onder andere tegenkomen rondom de verschillende activiteiten van het SET-up programma. Maar ook rondom de bekostiging van innovatie doe ik meerdere projecten.”