Exoskelet.jpg

Sjaan Quirijns, testpiloot exoskelet: “We laten zien wat er mogelijk is”

Een groep studenten van de TU Delft doet in 2020 mee aan de vierjaarlijkse Cybathlon in Zwitserland. Met steun van onder meer Medical Delta werkten zij binnen ‘Project MARCH’ een jaar lang fulltime aan een exoskelet. Komende week presenteert Project MARCH eveneens in Zwitserland de nieuwste versie van het exoskelet tijdens een ‘mini-Cybathlon’. Sjaan Quirijns is de piloot van het skelet. We spraken haar over haar verwachtingen en over de totstandkoming van het exoskelet.

Kun je vertellen waarom dit exoskelet anders is dan wat we tot nu toe hebben gezien?

Met een exoskelet kun in principe staan, lopen en gaan zitten. Met het exoskelet dat ik mag demonsteren, kun je ook traplopen - wat echt een stuk lastiger is, opstaan uit een diepere fauteuil en zijwaartse stappen maken. Verder kan ik het skelet zo bedienen dat ik grotere of juist kleinere stappen kan nemen.

Hoe bedien je dat?

Met één hand bedien ik via een joystick een klein scherm waarop ik acties kies als staan, lopen en zitten. De aansturing is even wennen, maar de kracht van het pak is dat je uiteindelijk alles zelf kan. Er komt verder niemand aan te pas, maar het vergt veel training om zo ver te komen.

Welke mogelijkheden krijg jij hierdoor?

Hij is niet voor thuisgebruik. Ik heb er twee weken één in huis gehad, een uitgeklede versie van deze. Maar als ik naar de keuken moest voor een koffiekopje, dan ging ik niet eerst dat hele pak aantrekken. Dat deed ik gewoon in mijn rolstoel. Dit soort pakken heeft vooral een meerwaarde aan de gezondheidskant, bijvoorbeeld bij revalidatietrajecten. En wanneer je lang in een rolstoel zit, is het goed om regelmatig te staan en te bewegen. Je organen krijgen dan ruimte, de druk op je botten en gewrichten wordt verlegd en het is beter voor je huid.

Het is niet de eerste keer dat je als gebruiker meewerkt aan de ontwikkeling van een skelet. Hoe komt dat zo?

In 2017 vond in de Sint Maartenskliniek in Nijmegen een onderzoek plaats met exoskeletten. Een vriendin van me deed eraan mee en ik vond het wel een mooi project. Er wordt eerst getest of je geschikt bent. Je moet fit zijn en bepaalde maten hebben, bijvoorbeeld. Maar je moet ook bepaalde hoeken met je gewrichten kunnen maken, zodat je niet zomaar iets breekt tijdens het staan en lopen. Ik voldeed aan alle eisen en heb toen acht weken lang drie keer per week met dat skelet getraind. Na zes weken ging het twee weken mee naar huis.

Ik heb mensen echt zien huilen bij de presentatie omdat ze zien dat het lukt. Dan is winnen eigenlijk niet eens het belangrijkste meer

Je was dus na acht weken volleerd piloot, maar ook volleerd proefpersoon.

Ja, zo kan je het zeggen. De Sint Maartenskliniek onderhoudt nauwe banden met de TU Delft, dus toen het studententeam van vorig jaar een piloot nodig had, vroegen ze of het wat voor mij was. Dat wilde ik wel, want ik heb er juist als gebruiker allerlei ideeën over. Bovendien vind ik het maatschappelijk interessant. Het gaat om een groep studenten die hun studie en alles eromheen stilzetten om zo’n pak te ontwikkelen, in hun eigen tijd en op vrijwillige basis. De kers op de taart is de wedstrijd, maar het mooie is dat dat in de loop van het project op de achtergrond raakt.

Hoe komt dat?

Omdat ze zien dat het werkt. De Dreamhall van de TU Delft is een soort werkplaats waar allemaal knappe koppen dingen aan het ontwikkelen zijn. Het Solarteam is bijvoorbeeld ook zo’n groep. De studenten werken veertig uur per week aan hun project. Ze zijn gemotiveerd en ze vinden het fantastisch om te doen. Ze werken heel prettig samen, want ze willen heel graag de input van de piloot om het zo goed mogelijk te maken. Ik heb mensen echt zien huilen bij de presentatie omdat ze zien dat het lukt. Dan is winnen eigenlijk niet eens het belangrijkste meer.

En hoe is dat voor jou? Wat doet het met je om te kunnen lopen?

Ik zit al 19 jaar in een rolstoel en eigenlijk ben ik daar best nuchter onder. Toen ik het skelet voor de eerste keer droeg dacht ik vooral: “Oh, dit is er mogelijk. Wat kan er nog meer?!”. Het piept en het kraakt en mensen staan om je heen om te zorgen dat je niet valt. Maar ik vond wel dat het heel natuurlijk voelde, een beetje zoals vóór mijn ongeluk.

Wat betekent dit project voor de toekomst?

Exoskeletten zijn niet voor iedereen geschikt en de ontwikkeling ervan is ontzettend duur. Daarom is het mooi dat een team studenten dit wil doen in samenwerking met eindgebruikers. Zo kun je toch doorontwikkelen. Steeds als ik merk dat iets niet goed is, wordt het aangepast. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat het skelet in mijn enkels drukt, waardoor ik nare plekjes krijg. Die voel ik door mijn dwarslaesie overigens niet, dus daar moet je samen extra op letten. Ik heb nu drie skeletten getest en het is mooi om te zien hoe je het samen beter maakt. Het pak dat nu aan de Cybathlon meedoet, is daarmee wel helemaal op mij gebouwd en niet zomaar geschikt voor een andere gebruiker. Wat het vooral laat zien, is wat er allemaal mogelijk zal zijn als de ontwikkeling wordt voortgezet.